erik@wevragenerik.nl06 23531442 / Bosplaat 78, 1025 AT Amsterdam / Linkedin / Twitter

we vragen
Erik

advies, begeleiding, reflectie, leidingnemen, contact

beschouwingen en bijdragen

Topopleiding conservatoria niet forceren

Trouw 15 april 1997

Goed advies topopleidingen conservatoria niet forceren

ERIK AKKERMANS − 15/04/97, 00:00

Vorige week kwam het langverwachte advies van de Raad voor Cultuur over de toekomst van de conservatoria uit. Erik Akkermans van de Utrechtse muziekvakopleiding juicht het advies voor de helft toe. De auteur is voorzitter van de Faculteit muziek (voorheen: Utrechts Conservatorium) van de Hogeschool voor de Kunsten te Utrecht.

Laat ik het visitekaartje van mijn eigen instituut op tafel leggen: een muziekvakopleiding waar musici 'in de breedte' worden opgeleid. Het leidt toekomstige docenten op, maar is ook 'topleverancier' van orkestmusici en opleider van toekomstige sterren. Zijn kwaliteiten moet dit conservatorium in de praktijk tonen: in finaleplaatsen van concoursen, orkestplaatsen, optredens en cd's. Externe presentatie is belangrijk. Maar hoog van de toren blazen voegt daar niets aan toe.

Het geeft te denken dat sommige conservatoria zich in hun reactie op het advies zo overschreeuwen. Welke innerlijke onzekerheden of verborgen zwaktes beheersen hen? Zo kwalificeert Frans de Ruiter (Den Haag) in de Volkskrant collega-instellingen als 'terminale patiënten'. Ton Hartsuiker (Amsterdam) in Trouw negeert collega's: 'Het zijn de studenten uit Amsterdam en Den Haag die in de prijzen vallen op concoursen en deze conservatoria leveren de meeste nieuwe musici aan de orkesten.' (Citaat van een man die, voordat hij directeur werd in Amsterdam, het conservatorium te Utrecht tot een top-opleiding heeft weten te ontwikkelen, maar nu zijn eigen verdiensten verloochent.)

De al genoemde De Ruiter goochelt in het Algemeen Dagblad onbeschaamd met aantallen: wij worden groter, zij worden kleiner. Het is ofwel niet waar, of erger: het is wèl waar. Er waren toch afspraken met de overheid gemaakt over een beperking van de studenteninstroom?

Dit alles neemt niet weg dat beiden gelijk hebben in hun afwijzing van het top-instituut. Er is nu geadviseerd dat er zes conservatoria of clusters van conservatoria een tweede-fase-opleiding krijgen, en er zullen nog processen van samenwerking en/of fusie plaatsvinden. Voor de rest zal het toptalent zelf zijn weg kiezen naar de al bestaande topopleidingen in binnen- en buitenland. Niet alleen toptalent, ook topopleidingen zullen zichzelf moeten bewijzen.

Daarom mijn dringende pleidooi: Geef ons de armslag in de vorm van flexibele studieduur en de middelen om voldoende aandacht aan bijzonder talent te kunnen geven. De toestroom uit het (verre) buitenland die ik bij enkele conservatoria waarneem, mag een indicatie zijn van het niveau dat we bieden.

De hierboven geciteerde reacties zetten een toon die waarschijnlijk blokkeert wat nu juist zou moeten gebeuren: het gezamenlijk werken aan wat ik 'de constructieve opdracht' noem. Dit houdt in dat een zakelijke analyse wordt gemaakt van aantallen en soorten musici die in de komende decennia aan de slag moeten, in klassieke, eigentijdse, oude of wereldmuziek; als docenten, ensemblespelers, orkestmusici, improvisatoren, filmcomponisten, solisten, theatermusici en zo meer. Vervolens moet op basis hiervan samenwerking en specialisatie worden ontwikkeld. Het is riskant om hierbij al te zeer op de top te letten omdat men anders aan veel voorbij loopt. We zullen de top niet missen, dat is immers toch het hoogste punt!

Staatssecretaris Nuis moet het advies tot oprichting van een topinstituut niet overnemen. Hij moet ook niet eerst weer nieuwe rapporten vragen alsvorens geld te verdelen. De tweede fase moet immers al in 1998 van start. Maar het advies bevat veel bruikbaars om ongewenste polarisatie tegen te gaan en de 'constructieve opdracht' zijn werk te laten doen.