erik@wevragenerik.nl06 23531442 / Bosplaat 78, 1025 AT Amsterdam / Linkedin / Twitter

we vragen
Erik

advies, begeleiding, reflectie, leidingnemen, contact

schrijven

In Perspectief 13: Bepaal Zelf de Waarde; over Adviesraden 2

Bepaal zelf de waarde!

In de serie In Perspectief kijkt Erik  terug en vooruit naar ontwikkelingen in cultuurbeleid en -praktijk.

Artikelen in deze serie verschenen in de digitale cultuurpers en zijn ook daar te vinden:In Perspectief #13:Bepaal zelf de Waarde

 

3 januari 2023

De Rotterdamse Raad voor Kunst en cultuur (RRKC) is per 1 januari 2023 opgeheven. Ik schreef hier over in juni van dit jaar2, en eerder al deed de hoofdredacteur dat3. Op dat moment moest de formele besluitvorming in Rotterdam nog volgen. Gezien de vraagtekens in de gemeenteraad kun je rustig stellen dat het college de opheffing uiteindelijk heeft doorgedrukt. De Gemeente heeft inmiddels nog geen nieuwe voorziening voor cultuuradvies getroffen. Er wordt nog over nagedacht terwijl de oude schoenen al zijn weggegooid.

De Rotterdamse Kunst Stichting die dienst deed als het ondersteunend bureau voor de RRKC blijft dapper overeind, maar zonder opdracht, budget of medewerkers. Het lijkt op een strategische zet, zoals je vroeger bij het kinderspel ‘landje veroveren’ moest zorgen alvast met twee tenen op het te veroveren gebied te staan. Maar ook lijkt het een consequent eerbetoon aan wat Rotterdam ooit had: de Rotterdamse Kunststichting als motor voor ontwikkeling van duurzame initiatieven zoals het Internationale Filmfestival, Dunya Festival en Poetry International.

Was de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur een goede adviseur, maar werd hij niet als zodanig gezien? En mocht je hem dan wel goed noemen als het kennelijk aan gezag en de overtuigingskracht bij belangrijke stakeholders ontbrak?

Ik heb het niet van dichtbij genoeg gevolgd om dat te kunnen duiden, maar kennelijk had de RRKC niet langer een vanzelfsprekende positie. Dat is iets waar een adviesraad op de eerste plaats zelf aan moet werken. Maar gemakkelijk is dat niet. Je moet wijs, deskundig en met een lange termijn perspectief adviseren, ook – en misschien wel juist- als dat niet op voorhand in goede aarde valt. Maar je moet er, voor zover dat in je vermogen ligt, ook alles aan doen om die aarde ontvankelijk te houden. Je moet voor de troepen uit lopen, maar niet zover dat jij uit het zicht raakt. Je moet de bestuurders voor de voeten durven lopen, maar ze niet laten struikelen. Je moet je onafhankelijk van het veld kunnen opstellen, maar dat veld niet van je vervreemden.

Dat vraagt een enorme evenwichtskunst, doorgaans in een politiek niet evenwichtige context, geconfronteerd met ambtelijke gevoeligheid en met te weinig middelen om je werk optimaal te doen. En weet je die evenwichtskunstenaar te zijn dan is het nog maar de vraag of je door de circusdirectie of het publiek niet alsnog ten val wordt gebracht. Het blijft wel de opdracht: goed adviseren en de relaties warm houden binnen de grenzen van het mogelijke.

wat is “niet meer van deze tijd”

Kennelijk waren de wethouder en zijn ambtenaren niet blij met de RRKC. In plaats van er in alle openheid het gesprek over te voeren, het functioneren ter discussie te stellen en te benoemen waar de boom scheefgegroeide is de boom met een botte bijl omgehakt. De uitspraak van de wethouder dat de adviesraad “niet meer van deze tijd” was, spreekt boekdelen.

Hoezo “niet meer van deze tijd”? Is de brandweer ook “niet meer van deze tijd” of de politie of het ambtelijk apparaat, simpelweg omdat je er kritiek op hebt? Kennelijk had men geen zin in discussie of waren er geen overtuigende argumenten. En vooral: kennelijk was er geen visie hoe de infrastructuur voor debat en advies er dan wel uit zou moeten zien. Terwijl daar juist veel verschillende visies op mogelijk zijn, zeker voor een stad als Rotterdam.

de notitie Zoutman

Toevallig kwam ik deze week bij het opruimen van mijn archief juist een notitie tegen, in juni 1994 geschreven in opdracht van de Rotterdamse Kunststichting4. Het ging over de opdracht voor de RKS in de nieuw te vormen stadsprovincie Rotterdam. (Dat die stadsprovincie er uiteindelijk niet is gekomen doet nu even niet ter zake.) Het rapport is geschreven door Rento Zoutman, voormalig stafmedewerker van de RKS en de latere (tevens laatste) directeur van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur, maar op dat moment zelfstandig adviseur. Hij zocht antwoord op de vraag hoe de stadsprovincie Rotterdam op cultuurgebied het best bediend zou kunnen worden en oriënteerde zich behalve op het beleid van de verschillende Rijnmond-gemeenten ook op de taken van de Culturele Raad Noord Holland (CRNH) en de Culturele Raad Zuid-Holland (CRZH).

De CRZH had een advies functie, en initiërende functie en een, wat in het jargon van die tijd, ‘steunfunctie’ heette. Adviseren deed de CRZH aan de provincie in een meer formele setting, aan gemeenten in een open verhouding en aan het veld vooral in ondersteunende en meedenkende zin. De initiërende functie leidde tot projecten als: theater overdag, een videokunstbeurs, een cultuurtoeristische Uitkrant, een jazzfestival of een project om amateurdans in de provincie te stimuleren. Daarnaast waren er tal van kunsteducatieve projecten. De steunfunctie vertaalde zich in dienstverlening aan koepels in de amateurkunst, professionele kunst, lokale geschiedbeoefening, muziekscholen/ creativiteitscentra en zo meer.

Als oud-directeur van de CRZH werd ook ik door Zoutman voor dit rapport geïnterviewd. Kennelijk gaf ik de Rotterdammers het motto mee: “Dienstbaarheid maakt macht”. Met andere woorden: steek niet je energie in het verwerven van macht en competenties, maar maak jezelf onmisbaar door de concreetheid van je projecten en de kwaliteit van je adviezen. Verder vestigde ik niet alleen nog aandacht op het niet-georganiseerde deel van de amateurkunstwereld, maar ook, zo staat er: “In de opsomming van taken mist hij het allochtonenbeleid, dat juist in de stadsprovincie Rotterdam veel aandacht zou moeten krijgen.”

instrumenten voor een grote stad

Van toen naar nu. Een grote stad met een ‘volwassen’ cultuurbeleid moet zijn instrumenten regelen voor de stedelijk cultuur, al dan niet onder één paraplu gebracht:

  1. advisering over beleid en over een basisinfrastructuur
  2. (adviezen over) subsidietoekenningen buiten de basisinfrastructuur
  3. culturele motor/initiator
  4. platform voor overleg, samenwerking en debat.

De beleidsadvisering komt niet vanuit een hoge toren van betweterigheid tot stand. Misschien wel vanuit een hoge toren van denkkracht, maar hierna zal de hierboven genoemde evenwichtskunstenaar alsnog over een te spannen koord de buitenwereld tegemoet moeten treden en contact maken.

Subsidieadviezen komen op de vleugels van Thorbecke5. Maar de Thorbecke-doctrine alleen is te mager en brengt het risico met zich mee de politiek te veel op afstand te houden. Ook hier is de dialoog met de niet ingewijden echt belangrijk.

De initiatiefrol kun je tevoren niet zo gemakkelijk definiëren. Er moet een plek zijn waar dingen kunnen ontstaan die mogen mislukken maar even goed kiem blijken voor succesvolle meerjarige manifestaties. Zonder zo’n motor kan het ook, maar het zal langzamer gaan en het zal van initiatiefnemers veel meer eigen energie en doorzettingsvermogen vragen.

Tenslotte de platformfunctie. De lokale, regionale en provinciale culture raden die in de jaren 50 ontstonden waren vooral gericht op particulier initiatief, samenwerking en overleg.6 Maar ook nu heeft de overheid een gesprekspartner vanuit het culturele veld nodig, ook nu moet particulier initiatief kansen krijgen, ook nu kan samenwerking en overleg bijdragen aan het culturele profiel van een stad. Dat in Rotterdam de grote cultuurinstellingen elkaar steeds meer hebben gevonden, ook als gesprekspartner voor de wethouder, is wel in stelling gebracht om de rol van de RRKC de marginaliseren. Maar wil je het veld een stem geven, dan moet je het hele veld nemen, dus ook de kleinere instellingen en ook de wereld van de amateurkunst.

een herkansing

De Rotterdamse cultuurwethouder Kasmi krijgt een geweldige herkansing. Het is “niet meer van deze tijd“ om cultuurbeleid uitsluitend vanuit het stadhuis te bepalen, te initiëren en uit te voeren. Dus het College zal zijn visie moeten geven op hoe deze functies voor advies, samenwerking en debat gestalte krijgen. En als de wethouder hierover advies inwint zal hij straks zorgvuldig moeten onderzoeken of hij dat een goed advies vindt of dat het een goed advies is.

Erik Akermans

Bestuurder, adviseur en publicist. Hij was tot voor kort voorzitter van het platform voor de arbeidsmarkt culturele en creatieve sector Platform ACCT en in het verleden van diverse andere organisaties. Hij was directeur van de Culturele Raad Zuid-Holland, voorzitter van de Kunstraad Groningen en voorzitter van verschillende adviescommissies, waaronder de visitatiecommissie voor Drentse Musea.

1 ‘Festina Lente’, advies aan de Gemeente Groningen, BMC, 2002

2 In Perspectief, Een Goede Raad voor Rotterdam? 7 juni 2022

3 Wybrand Schaap, Rotterdamse Cultuurwethouder zegt onafhankelijk adviesorgaan de wacht aan, 7 juni 2022; zie ook: Carlos Concalves:”Volgens de wethouder hebben we doodzonden begaan”, Cultuurpers 22 juni 2022

4 B+R, Rento Zoutman, De Taken van de CRZH…, notitie in opdracht van de Rotterdamse Kunststichting, Rotterdam, juni 1994

5 Zie over het Thorbecke adagium “De Regering is geen oordelaar over wetenschap en kunst” Boekmancahier 50, Thorbecke revisited.

6 Rolien van Duijvendijk, Cultuur tussen provinciaal beleid en particulier initiatief, Erasmus Universiteit Rotterdam, 1991