erik@wevragenerik.nl06 23531442 / Bosplaat 78, 1025 AT Amsterdam / Linkedin / Twitter

we vragen
Erik

advies, begeleiding, reflectie, leidingnemen, contact

schrijven

In Perspectief 3: Een goede raad voor Rotterdam?

In Perspectief 3

 EEN GOEDE RAAD VOOR ROTTERDAM?

Over het belang van een onafhankelijke adviesraad en het gedoe hierover in Rotterdam.

 

De Turfsteker afgewezen

De burgemeester was boos. De wethouder was boos. Iedereen was boos, want de gemeente A wilde een kunstwerk van een plaatselijk zeer gewaardeerd beeldhouwer neerzetten als eerbetoon aan de turfsteker, maar kreeg geen subsidie van de provincie. De Culturele Raad had negatief geadviseerd. De betreffende adviescommissie laakte het figuratieve werk van de kunstenaar; dat liet niets aan de verbeelding over. En hij had al tal van beelden in de regio neergezet.

De Culturele Raad Zuid-Holland, waarvan ik directeur was, had kort daarvoor een advies uitgebracht dat veel meer stof deed opwaaien: beëindig de structurele subsidie aan het Gewestelijk Orkest van Zuid-Holland. Ook dit advies nam de provincie over. De subsidie legde een zeer groot beslag op het relatief bescheiden cultuurbudget. Het orkest prijkte niet hoog aan het firmament van het landelijke orkestenbestel, dat toch al zou moeten inkrimpen. Er was behoefte aan meer diversiteit in de muziek. Er zou ruimte kunnen komen voor een nieuw muziek educatief beleid in de provincie. Voldoende onderbouwing al met al.

 

Voor beide adviezen voelde ik mij verantwoordelijk. Dat over het orkest drukte zwaar: het ging om betaalde, mooie banen voor veel mensen. En er vervielen koorbegeleidingen waar veel koren erg blij mee waren. Toch vond ik het een juist advies en ik had er geen spijt van. Het advies over De Turfsteker was inhoudelijk minstens zo terecht. Maar nu het niet lukte om dat aan de gemeente over te brengen werd de kloof tussen ‘de gewone mensen in de provincie’ en de ‘artistieke elite in Den Haag’ groter in plaats van kleiner. Het bleef toch wat aan mij knagen.

 

Twee voorbeelden uit de praktijk die ook de kwetsbare positie van een adviesraad laten zien. Aanvragers klagen nooit over de onderbouwing van het advies als de gevraagde subsidie wordt toegekend. Wel als het advies negatief is. Dan zullen ze niet eerst naar de kwaliteit van hun eigen aanvraag kijken. Begrijpelijk. (Ik spreek ook uit ervaring aan de kant de afgewezenen)  Overheden verwachten een kritische en onafhankelijke beleidsadvisering, maar als hun beleid kritisch wordt beoordeeld of als het advies een andere richting uitgaat dan de politiek had verwacht wordt het soms toch een beetje ingewikkeld. Ook is er regelmatig competentiestrijd tussen de ambtenaren en de adviseurs. Soms levert dat gezonde spanning op; niet altijd.

De kwetsbaarheid van de adviesraad en de ingebouwde spanningen maken de raad heus niet per definitie onfeilbaar of op voorhand vrijgesteld van kritisch toezicht. Het is niet het Vaticaan. Maar de beoordelaar beoordelen, dat vraagt wel om zorgvuldigheid en zelfreflectie. Daarmee zijn we meteen in de actualiteit van Rotterdam waar de wethouder onverwacht en op korte termijn zijn adviesraad wil afschaffen.

 

Wat willen we?

Ook bij de Kunstraad Groningen (adviseur van provincie en gemeente Groningen) leidde het advies over het kunstenplan 2017-2020 tot verstoorde verhoudingen. Toen ik aantrad als voorzitter mocht ik helpen de scherven bijeen te vegen. In de gesprekken met de overheden knetterde het nog een tijdje en het proces verliep buitengewoon traag. Maar de bestuurders pakten het wel voorbeeldig aan. Ze lieten een evaluatie opstellen door een extern bureau. Ze hielden rekening met aanmerkingen van de Kunstraad op onderdelen van het rapport. Het stroperige proces voorkwam in ieder geval impulsieve besluiten. Er kwamen nieuwe werkafspraken. Er was een serieuze, constructieve gezamenlijke start én afronding van het adviestraject over de periode 2021- 2024. Het veld was er overwegend positief over.  Om de open deur dan toch maar even open te zetten: goede en gemakkelijke communicatie, wederzijds, is in alle opzichten de sleutel. Jammer genoeg werd ook na de evaluatie de Kunstraad Groningen klein gehouden, letterlijk en figuurlijk: mager budget, magere personele bezetting, vaak buiten informatiestromen en beleidsontwikkeling gelaten. 

 

In de casus van de “Geen-woorden-maar-daden”-stad kun je niet van stroperigheid spreken. Het college heeft maar meteen doorgepakt en besloten de Rotterdamse adviesraad per 1 januari 2023 niet meer te financieren. Zie ook wat Wijbrand Schaap hier over schreef in de Cultuurpers van 2 juni 2022[1]

Rotterdam verdient beter. Het is de tweede stad van ons land. Een stad met een grote culturele ambitie en potenties. Grote evenementen als Poetry International, Internationaal Filmfestival Rotterdam, Architectuurfestival kwamen uit de koker van de destijds stevige functionerende – en misschien ook wel oppermachtige - Rotterdamse Kunststichting RKS.

Wat is, hoeft niet altijd te blijven. Een adviesraad of cultuurstichting is geen heiligdom. In het algemeen geldt: hoe meer taken je bij een instelling legt hoe groter het risico van een te grote machtpositie, in werkelijkheid of in de beeldvorming. Maar er is een wetmatigheid. Eerst willen we synergie en samenhang, een stevige infrastructuur, geen veelvoud aan loketjes, kortom: we willen een stevig instituut. Na een paar jaar gaan we ons ergeren aan de machtspositie van het instituut en besluiten we taken op te splitsen en bij verschillende actoren onder te brengen. Vinden we veel gezonder. Tot we behoefte krijgen aan synergie en samenhang. We willen één stevig instituut dat de sector body geeft. En zo door.

 

Buttplug en Haas

Rotterdam verdient beter. Dat wel wil allereerst zeggen: een zorgvuldige reflectie op wat je als stad in cultureel opzicht wil zijn, hoe je dat gaat organiseren, hoe je de rol van politieke bestuurders hierin definieert en wat je van ambtenaren wel en niet mag verwachten. Dan kijk je hoe daar de adviesstructuur het best in tot zijn recht komt. Met een evaluatierapport alleen ben je er niet. Dat maakt het adviesrapport van Rijnconsult[2] ook heel duidelijk, waarover zo dadelijk meer. 

Voor mij staan een paar dingen niet ter discussie. De overheid oordeelt niet zelf over de kwaliteit van kunst of wetenschap die gesubsidieerd gaat worden.[3]

En voor hun beleidsontwikkeling vragen overheden onafhankelijke en deskundige adviseurs om hen te adviseren en waar nodig kritisch te volgen. In alle gevallen – beleid of concrete subsidies - gaat het om adviezen waar de overheid van mag afwijken.

 

Ik vind dat zowel de overheid als het veld het best wordt bediend met een redelijk continu en goed verankerd instrument. Ad hoc commissies geven onrust, verlies aan energie en kennis en iets te veel mogelijkheden om er ambtelijk of politiek mee te spelen.  Maar een kunstraad hoeft niet de enige speler hoeft te zijn.

Sanne Scholten en ik schreven daarover in het boekje “Thorbecke en/of de haas van Utrecht.”[4] Het was in de tijd van veel ophef over beeldende kunst in de openbare ruimte, zoals Kabouter Buttplug in Rotterdam[5] en ‘De Haas’ in Utrecht[6]. We pleitten voor een duidelijke, maar afgebakende rol voor de adviesorganen en ook voor heel veel ruimte binnen die rol. Ook adviseerden we periodieke audits om het werk van het adviesorgaan te beoordelen. Dat is beter dan pas in actie te komen als de zaak uit de rails is gelopen. En er zijn nog andere instrumenten om tot politiek onafhankelijke en kwaliteit ondersteunende keuzes te komen. Naast, en liefst in samenhang met, de adviesraad,  Zoals: het aanstellen van een intendant, het organiseren van audits of werken met visitatiecommissies. 

Ik vind het ook niet gek om een splitsing aan te brengen tussen beleidsadvisering en subsidietoekenningen. Dat gaat ten koste van synergie en efficiëntie, maar het vermindert het risico op een  ‘kunstpaus’ ( in gedrag of in beeldvorming)  en voorkomt gedoe over het monopolie-karakter van de instelling. Dit is zo’n afweging die je als gemeente niet op een achternamiddag moet maken: taken concentreren of taken splitsen.

 

Kop van jut gevraagd

De college brief van B en W over de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur bevat passages waarover je verder kunt nadenken. Een van de genoemde argumenten om met de raad te stoppen verwijst naar ‘het veld’ dat zich in Rotterdam in de laatste jaren sterk heeft gebundeld en ontwikkeld. Het directeurenoverleg bijvoorbeeld liet zich niet alleen vanuit belangenbehartiging, maar ook als kritisch meedenker zien. Dat is natuurlijk heel positief. Maar ik denk dat er straks weer dringend behoefte zal blijken aan een neutrale en deskundige buffer – desnoods als kop van jut - tussen dit actieve veld en het college. Juist bij een actief kunstenveld.

Ten tweede stelt Rotterdam dat er elders in het land nauwelijks meer structurele adviescolleges zijn voor de cultuurplannen. Voor de eigenzinnige stad die Rotterdam is klinkt dit verwijzen naar elders nogal conformistisch. Maar feit is dat een herkenbaar en algemeen adviespatroon in provincies en steden is verdwenen. Er wordt veel ad hoc geadviseerd, voor toekenningen zowel als voor beleidsontwikkeling. Structurele instituties zien we vooral voor ondersteuning van en advisering aan het veld, zoals Keunstwurk Fryslan, Kunstgebouw Zuid-Holland, Huis van de Kunsten Limburg en de Eindhovense Cultuurstichting. Amsterdam heeft een splitsing in taken aangebracht tussen een vaste adviesraad, Kunstraad Amsterdam, en een gemeentelijk fonds voor de verdeling van subsidies, Amsterdams Fonds voor de Kunst. Groningen heeft de unieke situatie van een gezamenlijke adviesraad voor gemeente en provincie.

Nogmaals: de wijze waarop je advisering organiseert zou niet afhankelijk moeten zijn van politieke of ambtelijke impulsen en al helemaal niet van (reeksen van) incidenten. Het gaat om lange termijnvisie op wat je met cultuurbeleid wil en wat de rol is van de verschillende spelers. Cultuurbeleid serieus nemen betekent zeker ook de advisering serieus nemen. En dan snijden twee opmerkingen in de (relatie therapeutische) analyse van Rijnconsult zeker hout. Het perfecte systeem bestaat niet.  Uiteindelijk bepalen mensen de werkelijkheid, niet het systeem.

 

De wethouder was boos. Waarom hij precies boos was, is niet zo relevant. Misschien zijn kabouter Buttplug en ‘Thinker on the Rock’ wel mooie, monumentale verwijzingen naar de onvermijdelijkheid van wrijving die cultuurbeleid doet glanzen.  Overal heeft goede raad zijn prijs.

 

 

ERIK AKKERMANS is bestuurder, adviseur en publicist. Hij was tot voor kort voorzitter van het platform voor de arbeidsmarkt culturele en creatieve sector Platform ACCT en in het verleden van diverse andere organisaties. Hij was directeur van de Culturele Raad Zuid-Holland, voorzitter van verschillende adviescommissies, van de visitatiecommissie voor Drentse Musea en van de Kunstraad Groningen.

 

 



[1] www.cultuurpers.nl “Rotterdamse wethouder zegt onafhankelijk adviesorgaan de wacht aan.”

[2] Rijnconsult “Uit de Groef”, Evaluatie van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur Gemeente Rotterdam, februari 2022

[3] Voor mij zijn daarop twee uitzonderingen. Een staats- of gemeentelijke cultuurprijs is een prijs van de overheid; daar ontleent de prijs zijn status aan. En dus mag de politiek op zijn minst het ‘nihil obstat’ geven. Daarnaast ben ik voor een overzichtelijk geldpotje dat de politiek bestuurder naar eigen inzicht kan besteden aan opdrachten of aankopen. Dat vergroot de betrokkenheid bij en het plezier in haar of zijn portefeuille.

 

[4] Erik Akkermans en Sanne Scholten, Thorbecke en/of De Haas van Utrecht; twaalf adviezen over adviezen en kunst, Amersfoort 2008, met illustraties van Pieter Geenen. Eigen uitgave bureau BMC.

[5] Beeldhouwwerk ‘Santa Claus’ door Paul MacCarthy, 2001, in de volksmond “kabouter buttplug’ genoemd.

[6] Beeldhouwwerk Barry Flanagan ‘Thinker on the Rocks’, 2002, leidde tot grote controverse en een heus politiek referendum, staat bekend als ‘De Haas’.